Docent - TeacherWerkinstructies en handleidingenBrightspace Administration: GradesHoe maak ik een formule in mijn grade book? Administration | Grades

Hoe maak ik een formule in mijn grade book? Administration | Grades

Formule grade item maken

Met een formule grade item kun je studenten beoordelen aan de hand van hun score op meerdere/andere grade items in het grade book. Met een formule laat je Brightspace dus het eindcijfer berekenen aan de hand van voorwaarden waaraan de student moet voldoen.

Je kunt bijvoorbeeld:

  • studenten die 75% behalen op alle grade items binnen een bepaalde grade category, 100% geven voor die category.
  • de laagste twee uit drie cijfers laten vervallen.
  • studenten laten zakken die onder de 60% hebben behaald op het essay dan wel op het tentamen.


  • Navigeer naar Administration in de navbar van je cursus.
  • Klik op Grades.
  • Klik op het tabblad Manage Grades (als je hier niet automatisch op landt).
  • Klik op New en vervolgens op Item.
  • Klik op Formula.
  1. Geef het grade item een naam. Voeg onder Short Name en Show Description eventueel een verkorte naam en een beschrijving toe. NB: de beschrijving kan handig zijn om later gemakkelijk terug te halen wat de formule precies doet, ook voor collega's in de curus.
  2. Vul onder Maximun Points het maximaal aantal te behalen punten in.
  3. Klik op Edit Using the Formula Editor.

De editor opent in een nieuws venster. Je kunt in de editor je formule opbouwen. Je doet dit door gebruik te maken van de knoppen in de editor; je kunt niet zelf typen.

  1. Links onder de editor zie je pijltjestoetsen. Hiermee navigeer je binnen de formule (als je bijvoorbeeld ziet dat je middenin de formule een fout hebt gemaakt, hoef je niet de hele formule tot dan toe te wissen, maar kun je met de pijltjestoetsen naar het betreffende stuk navigeren en dat aanpassen).NB: je kunt ook de pijltjestoetsen op je toetsenbord gebruiken.
  2. Achter Function selecteer je een functie waarmee het cijfer wordt berekent aan de hand van variabelen:
    • MAX: berekent welke variabele de hoogste waarde heeft.
    • MIN: berekent welke variabele de laagste waarde heeft.
    • SUM: berekent de som van de variabelen.
    • AVG: berekent het gemiddelde van de variabelen.
    • IF: bekijkt of de variabelen voldoen aan bepaalde condities en berekent aan de hand hiervan de waarde.
    • NOT: bekijkt of er is voldaan aan de voorwaaden waaraan de variabele moet voldoen en berekent aan de hand hiervan de waarde.  
  3. Klik op Start om de functie toe te voegen, op Next Term om de volgende variabele toe te voegen (variabelen zijn gescheiden door een komma) of op End om de functie te sluiten.
  4. Achter Grade Item selecteer je eerst een grade item dat je wilt opnemen in de formule. Vervolgens selecteer je welke waarde van het grade item wordt gebruikt:
    • De score die de student heeft behaald (Point Received).
    • De maximaal te behalen score voor dit grade item (Max Points).
    • Het percentage van het cijfer dat de student heeft behaald met dit grade item (Percent).
  5. Klik op Insert om het grade item toe te voegen aan de formule.
  6. Klik op AND of OR of op de toetsen in het numpad om een of meerdere waarden in te voegen in de formule.
  7. Gebruik Backspace (of de backspacetoets op je toetsenbord) om het element links van de cursor te verwijderen of Clear om de gehele formule te verwijderen.
  8. Links boven de editor zie je twee knoppen:
    • Gebruik Validate om te controleren of de formule klopt. Je krijgt een bevestiging als de formule klopt. Als de formule niet klopt, krijg je een melding waar de fout zit en wat voor soort fout het is.
    • Gebruik Preview om de cijfers van je studenten te zien zoals de formule die zou berekenen. NB: Preview werkt alleen als de formule klopt.

Klik als je klaar bent op Insert om de formule toe te voegen aan je grade item.

Voorbeeld 1

Je wilt dat Brightspace een cijfer berekent op basis van een aantal voorwaarden waaraan studenten moeten voldoen. Je hebt bijvoorbeeld twee grade items: een essay dat  voor 20% meetelt, en examen dat voor 80% meetelt. Op beide onderdelen moeten studenten gelijk aan of boven de 5,5 scoren, anders zakken ze.

De formule ziet er als volgt uit:

=IF{ [Essay.Points Received] >= 5.5 AND [Tentamen.Points Received] >= 5.5, [Essay.Points Received] *0.2 + [Tentamen.Points Received] *0.8, 0 }

Uitleg

Je wilt alleen een punt als beide cijfers gelijk aan of boven de 5,5 zijn. Hier gebruik je een IF voor. De IF werkt als volgt:

  1. Selecteer achter Function eerst de optie IF en klik op Start.
  2. Voer de variabele in waaraan studenten moeten voldoen; in dit geval moeten beide cijfers gelijk aan of boven 5,5 zijn. Je krijgt achter de IF dus [Essay.Points Received] >= 5.5 AND [Tentamen.Points Received] >= 5.5.
  3. Voer de volgende variabele in, namelijk wat er gebeurt als IF waar is. Je scheidt variabelen van elkaar met een komma (klik op Next Term). Als de IF waar is dan telt de score op het essay mee voor 20% en de score op het tentamen voor 80%. Je krijgt dus [Essay.Points Received] *0.2 + [Tentamen.Points Received] *0.8.
  4. Voer wederom een komma in (Next Term).
  5. Voer in wat er gebeurt als de IF niet waar is; in dit geval is dit een 0, omdat als de student voor het essay dan wel voor het tentamen lager haalt dan een 5,5, hij/zij automatisch een onvoldoende krijgt.
  6. Sluit de IF af met End.

Voorbeeld 2

Je wilt dat Brightspace van drie cijfers de laagste twee cijfers laat vallen. Er zijn dus drie grade items, waarvan de twee waarop een student het laagtst scoort niet meetellen.

De formule ziet er als volgt uit:

= SUM{ [Ass1.PointsReceived], [Ass2.Points Received], [Ass3.Points Received]} - MIN{ [Ass1.PointsReceived], [Ass2.Points Received]} - IF{ MIN{[Ass2.Points Received], [Ass3.Points Received]} = MIN{ [Ass1.PointsReceived], [Ass2.Points Received]}, MIN{ [Ass1.PointsReceived], [Ass3.Points Received]}, MIN {[Ass2.PointsReceived], [Ass3.Points Received]}}

Uitleg

Je wilt dat alleen de hoogste scores uit drie scores meetelt; de andere twee moeten komen te vervallen. Dit doe je door van de som van de drie scores de laagste twee scores af te trekken.

  1. Selecteer achter Function eerst de optie SUM en klik op Start.
  2. Selecteer de variabelen die je bij elkaar wilt optellen, oftwel de scores van de drie grade items: [Ass1.PointsReceived], [Ass2.Points Received], [Ass3.Points Received]. Je scheidt variabelen van elkaar met een komma (klik op Next Term).
  3. Sluit de SUM af met END.
  4. Voer in wat je wilt aftrekken van de opgetelde score. Voer hiervoor eerst een minteken (-) in. Selecteer daarna de optie MIN.
  5. Voer de variabelen in waarvan de kleinste wordt afgetrokken van de score: in dit geval trek je eerst de kleinste score van de eerste twee variabelen af, dus van de variabelen [Ass1.PointsReceived], [Ass2.Points Received]. Gebruik weer Next Term om de variabelen van elkaar te scheiden.
  6. Sluit de MIN af met END.
  7. Voer de tweede waarde in die je wilt aftrekken van de totale score. Voer hiervoor weer eerst een minteken (-) in.
  8. De formule moet nu berekenen welke van de twee overgebleven scores de laagste is, om deze af te kunnen trekken. Vul hiervoor IF in.
  9. Selecteer de optie MIN. Vervolgens vul je de twee variabelen in waarvan de laagste moet worden afgetrokken: [Ass2.Points Received], [Ass3.Points Received] als deze ook de laagste variabele is in de eerste combinatie [Ass1.PointsReceived], [Ass2.Points Received].
  10. Voer in wat er gebeurt als de IF waar is, dus als de laagste score uit [Ass2.Points Received], [Ass3.Points Received] gelijk staat aan de laagste score uit [Ass1.PointsReceived], [Ass2.Points Received]. In dit geval wordt dan de laagste score uit [Ass1.PointsReceived], [Ass3.Points Received] afgetrokken van het totaal.
  11. Voer in wat er gebeurt als de IF niet waar is. In dit geval wordt de laagste score uit [Ass2.Points Received], [Ass3.Points Received] afgetrokken van het totaal.
  12. Sluit de IF af met END.

Voorbeeld 3

Je wilt dat Brightspace een student een score van 100 procent voor een category geeft als deze op alle grade items in de categorie 75 procent heeft gescoord. Als een student niet op alle grade items 75 procent scoort, zakt de student voor de gehele category.

De formule ziet er als volgt uit:

= IF {MIN{ [Ass1.Percent], [Ass2.Percent], [Ass3.Percent]} < 75, 0, 100}

Uitleg

Je wilt een score van honderd procent geven voor een category als studenten op alle grade items binnen die category boven de 75 procent behalen. Dit doe je met IF:

  1. Selecteer achter Function eerst de optie IF en klik op Start.
  2. Voer de variabele in waaraan studenten moeten voldoen; in dit geval moeten studenten op drie grade items een minimum percentage behalen. Je krijgt achter de IF dus een MIN.
  3. Voer in uit welke variabelen degene met het laagste percentage moet worden genomen. Je krijgt achter de MIN dus [Ass1.Percent], [Ass2.Percent], [Ass3.Percent]. Je scheidt variabelen van elkaar met een komma (klik op Next Term).
  4. Sluit de MIN af met END.
  5. Voer in waaraan de variabelen moeten voldoen; in dit geval voer je <75 in, zodat de formule bekijkt of de waarde voor de laagst scorende variabele onder de 75% ligt.
  6. Voer de volgende variabele in, namelijk wat er gebeurt als IF waar is; in dit geval krijgt een student een 0, omdat een student minimaal 75% moet behalen voor alle grade items om te slagen voor deze category.
  7. Voer in wat er gebeurt als de IF niet waar is; in dit geval een 100, omdat als een student 75% heeft behaald op alle variabelen deze slaagt voor de gehele category.
  8. Sluit de IF af met End.